Evi van Lanschot voorziet een moeizaam begin van het nieuwe jaar

Komend jaar houden we 5 ontwikkelingen nauw in de gaten. Gaat Europa in een recessie belanden? Dat heeft alles te maken met de vreselijke oorlog in Oekraïne. In de VS houden we de groei, ofwel de krimp in de gaten. China lijkt haar groeiambities niet waar te maken. En er heerst vrees voor stagflatie. En tot slot de renteverschillen in de Eurolanden.

Vooruitblik 2023: 5 prognoses over de economie

 

1. Europa belandt in een recessie

Tot het derde kwartaal van 2022 hield de Europese economie zich goed. Onder meer door heropeningseffecten na de pandemie kwam de groei boven verwachting uit. Maar deze effecten ebben geleidelijk weg en worden verdrongen door de negatieve impact van hoge inflatie. Deze wordt vooral opgestuwd door de hoge energieprijzen. In reactie op de gestegen prijzen gaan lonen omhoog, maar onvoldoende om de koopkracht op peil te houden. Bovendien knaagt de huidige energieonzekerheid aan het vertrouwen van zowel burgers als ondernemers. Dit alles remt de economische groei.

Het ziet er helaas niet naar uit dat de oorlog in Oekraïne spoedig eindigt en daarom zal energie voorlopig duur blijven. De afgelopen maanden slaagde Europa erin om de gasvoorraden stevig aan te vullen, maar de komende lente en zomer moet dit opnieuw gebeuren met het oog op de winter van 2023-2024.

Daarnaast is het aanbod op de oliemarkt krap als gevolg van onderinvesteringen in de voorbije jaren en door de houding van de olieproducerende landen (OPEC): zij verminderen hun totale productie. Bovenop dit alles komt nog het strengere monetaire beleid van de Europese Centrale Bank. Geleidelijk zal het remmende effect van de hogere beleidsrentes doorsijpelen in de economie en de groei vertragen.

Is er dan helemaal niks positiefs te melden? Jawel, denk aan de investeringen uit het Herstelfonds dat de Europese Unie tijdens de pandemie lanceerde. En aan de financiële steun die overheden aan gezinnen en ondernemingen geven om de nood van de hoge energiekosten te lenigen. Al is de keerzijde hiervan dat deze steun de inflatie langer kan laten duren.

2. De VS blijven de economische krimp nipt voor (of net niet)

In zekere zin zitten de VS in een normale economische cyclus en reageert de Federal Reserve, de Amerikaanse centrale bank, met renteverhogingen om verdere oververhitting van de economie tegen te gaan. Met die kanttekening dat de oververhitting dit keer een bijzondere oorzaak heeft: de (méér dan) massale overheidssteun tijdens de pandemie.

De renteverhogingen van de Federal Reserve zullen geleidelijk een remmend effect op de economie hebben. De matige groei van de reële lonen zorgt voor een daling van de binnenlandse vraag. Ook de export zal wellicht aan kracht inboeten, want de economische groei gaat wereldwijd omlaag. Tegelijkertijd maakt de sterke dollar het voor niet-Amerikanen duur om Amerikaanse producten te kopen.

3. China maakt zijn eigen groeiambities niet langer waar

De Chinese economie blijft in onrustig vaarwater. De problemen in de vastgoedsector en het zero-Covid-beleid blijven op de economie drukken. Voor 2023 voorzien we een groei van 3% tot 4%, wat onder de eerdere ambitie van 5% tot 6% ligt.

Ook de rest van Azië ondervindt de nadelige impact van de moeizame gang van zaken in China. Belangrijke en exportgerichte economieën, zoals die van Zuid-Korea of Taiwan, hebben sowieso al tegenwind sinds het westerse consumptiepatroon na de coronapandemie normaliseerde: we kopen hier niet meer massaal goederen en besteden meer geld aan diensten. Iets waar China trouwens zélf ook last van heeft.

4. De vrees voor stagflatie, zoals in de jaren 70, is voorbarig

De inflatie in de eurozone bereikt eind 2022 vermoedelijk zijn piek. Met percentages die nog enige tijd hoog blijven, maar niet verder stijgen. Tenminste, als de energieprijzen (vooral van gas) niet te veel afwijken van de huidige niveaus. Dat blijft dé onzekere factor.

Als de economische groei een tandje omlaag gaat, kan ook de kerninflatie (de inflatie zonder energie en voeding) naar een redelijker niveau dalen. Waarbij de doelstelling van de Europese Centrale Bank, een ‘gezonde’ inflatie van 2%, nog niet onmiddellijk binnen bereik komt. De omvangrijke overheidssteun, die de hoge energierekening van burgers en ondernemingen moet compenseren, heeft bijvoorbeeld een inflatie verhogend effect, net als de steunpakketten tijdens de pandemie.

We verwachten geen stagflatie, zoals in de jaren '70 jarenlang het geval was. Een combinatie van hoge inflatie en stagnerende economische groei. Een belangrijke oorzaak daarvan was de beruchte loon-prijsspiraal: hoge prijzen leiden tot hogere looneisen, waarna de gestegen loonkosten vervolgens doorberekend worden in de prijzen die op hun beurt weer leiden tot hogere lonen enzovoort. We zien de lonen nu wel stijgen, maar niet in die mate dat ze wijzen op zo’n loon-prijsspiraal.

5. Renteverschillen tussen eurolanden blijven onder controle

In 2022 is het verschil tussen de tienjaarsrentes van Duitsland en Italië opgelopen van 1% naar tot 2,5%. Hoewel dit lager is dan tijdens de eurocrisis (ruim 5%), duidt het wel op potentiële spanningen in de eurozone. Moeilijke economische omstandigheden, strakker monetair beleid en een uiteenlopende impact van de energiecrisis in verschillende landen, kunnen die spanningen de komende maanden verder toenoemen.

Of dat gebeurt en in welke mate, hangt onder meer af van de begrotingsplannen van de nieuwe Italiaanse regering. Tot op heden lijken die niet buitensporig, maar dat kan op enig moment veranderen. Premier Giorgia Meloni leidt immers een regering met populistische partijen.

Op Europees niveau barst de komende maanden de discussie los over een aanpassing van het Stabiliteits- en Groeipact, het regelgevend kader rond toegestane overheidstekorten en staatsschulden. Tot eind 2023 staan deze regels in de koelkast, maar iedereen beseft dat een terugkeer naar de oude normen van 3% tekort en 60% schuld niet realistisch is. De noodzakelijke bezuinigingen om deze normen snel te bereiken, zouden de economie in een diepe recessie storten en waarschijnlijk tot hevige politieke onrust leiden.

Nieuwe spanningen op de kapitaalmarkten van de zwakkere eurolanden zijn niet uitgesloten. Een belangrijk verschil met de eurocrisis is dat de Europese Centrale Bank inmiddels instrumenten heeft opgetuigd om zulke spanningen onder controle te houden. Bijvoorbeeld programma’s om gericht obligaties op te kopen van landen die onder vuur komen.

Benieuwd waar hoofdeconoom Luc Aben kansen ziet en waar juist voorzichtigheid is geboden. Lees dan hier onze visie op 2023 en de 4 prognoses over beleggingen. Of bekijk hier de video’s.

44.192.15.251