Prinsjesdag 2026: wat betekenen de belastingplannen voor jou?

Op Prinsjesdag presenteerde het kabinet het Belastingplan 2027. De aanloop naar deze plannen was opvallend. Binnen de coalitie bestond verdeeldheid over verschillende onderwerpen, waaronder de toekomst van box 3. Daarnaast heeft het kabinet geen meerderheid in de Tweede en Eerste Kamer. Dat betekent dat de voorstellen de komende maanden nog kunnen veranderen. 

Wat zijn de belangrijkste plannen voor 2027 en wat kunnen deze voor jouw situatie betekenen? We zetten het voor je op een rij.

Box 3: veel blijft hetzelfde, maar de toekomst is nog onzeker

Zo werkt box 3 in 2027

Voor veel beleggers is box 3 waarschijnlijk een belangrijk onderwerp van dit Belastingplan. Ook in 2027 blijft een fictieve heffing van kracht. Daarbij wordt vermogen verdeeld over drie categorieën: banktegoeden, overige bezittingen (zoals beleggingen) en schulden. Voor iedere categorie geldt een fictief rendement. Dat is een door de overheid vastgesteld verondersteld rendement waarover belasting wordt berekend. De fictieve rendementen van de categorieën ‘banktegoeden’ en ‘schulden’ worden pas na afloop van het belastingjaar definitief vastgesteld.

Voor de categorie ‘overige bezittingen’ wordt het fictieve rendement in 2027 naar verwachting 6,37%. Het belastingtarief in box 3 blijft 36%. Daardoor betaal je afgerond 2,29% belasting over de waarde die je op 1 januari 2027 hebt aan beleggingen en andere bezittingen die onder deze categorie vallen. Het heffingsvrije vermogen stijgt in 2027 naar € 60.098 per fiscaal partner (in 2026 was dit € 59.357).

Daarnaast blijft de tegenbewijsregeling in box 3 bestaan.Is je werkelijk rendement lager dan het fictieve rendement? Dan kun je onder voorwaarden uitgaan van dat lagere werkelijk rendement. Ligt je werkelijk rendement juist hoger, dan betaal je niet méér belasting dan op basis van het fictieve rendement.

De toekomst van box 3 is nog onzeker

Het was de bedoeling om vanaf 2028 belasting te heffen in box 3 over het werkelijk rendement. Het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 is in februari 2026 aangenomen door de Tweede Kamer, maar de stemming in de Eerste Kamer is uitgesteld. Op Prinsjesdag liet de minister van Financiën weten dat dat het op dit moment niet lukt om een voorstel te doen dat kan rekenen op een breed draagvlak in het parlement. Daarom schetst de minister vier mogelijke scenario’s voor box 3:

  1. Het huidige wetsvoorstel wordt op een aantal punten aangepast en vormt vanaf 2028 het definitieve stelsel. De hoofdregel blijft een vermogensaanwasbelasting: je betaalt elk jaar belasting over de waardestijging van je vermogen, ook als je die stijging nog niet hebt gerealiseerd.

  2. Het huidige wetsvoorstel wordt op een aantal punten aangepast en geldt als tussenstap. In 2030 volgt een vermogenswinstbelasting: je betaalt pas belasting over de waardestijging als je die realiseert, bijvoorbeeld als je beleggingen verkoopt.

  3. Het huidige wetsvoorstel wordt ingetrokken. In 2030 wordt overgestapt op een vermogenswinstbelasting.

  4. Vanaf 2028 wordt de vermogenswinstbelasting die geldt voor vastgoed en start- en scale-ups uitgebreid naar financiële instrumenten, zoals aandelen en obligaties. In 2030 volgt dan de overstap naar een vermogenswinstbelasting voor alle vermogensbestanddelen.

Welke richting het uiteindelijk wordt, is op dit moment dus nog niet duidelijk.

Wijzigingen in box 1: lichte verschuiving van belastingtarieven

Per 1 januari 2027 veranderen de belastingtarieven in de eerste twee belastingschijven.

  Inkomen uit werk en woning Tarief (tot AOW-leeftijd) Tariefverschil met 2025
Eerste schijf tot en met € 39.247  36,23% - 0,48%
Tweede schijf € 39.247 tot en met € 78.426  38,16% + 0,60%
Derde schijf vanaf € 78.426  49,50% 0,00%

Het hoogste belastingtarief blijft dus gelijk. Daarnaast is het belangrijk om rekening te houden met de algemene heffingskorting. Sinds 2025 wordt deze niet meer alleen bepaald door inkomen uit werk en woning (box 1), maar door het verzamelinkomen. Dat is het totale inkomen uit box 1, box 2 en box 3 samen.

Eigen woning: maximale hypotheekrenteaftrek gaat iets omhoog

Voor huiseigenaren zijn de veranderingen in 2027 beperkt. De maximale hypotheekrenteaftrek gaat iets omhoog. Sinds 2023 mag je de hypotheekrente aftrekken tegen maximaal het tarief van de tweede belastingschijf. Dit tarief stijgt in 2027 van 37,56% naar 38,16%. Je kunt de hypotheekrente in 2027 dus tegen een iets hoger maximaal percentage aftrekken dan in 2026. 

Het standaardpercentage van het eigenwoningforfait blijft 0,35% van de WOZ-waarde. Heb je in 2027 een eigen woning met een WOZ-waarde die hoger is dan € 1.360.000? Dan blijft het percentage voor het deel boven dat bedrag, de zogenoemde villabelasting, ongewijzigd (2,35%). 

De Wet Hillen geeft je een korting op het eigenwoningforfait als je geen hypotheek op je woning hebt. Die korting wordt ieder jaar lager en zorgt voor een hogere bijtelling. Daardoor moet je een groter deel van het eigenwoningforfait bijtellen in box 1. Heeft je woning bijvoorbeeld een WOZ-waarde van € 1.000.000 en heb je geen hypotheek? Dan moet je in 2027 €1.152 aan eigenwoningforfait bijtellen in box 1 (32,933% x € 1.000.000 x 0,35%).

Pensioen en lijfrente: inkomensgrens blijft €137.800

Voor pensioenopbouw en lijfrenteaftrek geldt een maximale inkomensgrens. In 2026 is deze grens € 137.800. Het kabinet wil dit bedrag niet indexeren en tot en met 2032 bevriezen. Verdien je meer dan € 137.800? Dan kun je over het inkomen boven deze grens geen pensioen opbouwen of lijfrente-inleg aftrekken. Doordat de grens niet meegroeit met eventuele loonstijgingen, kunnen de komende jaren steeds meer mensen hiermee te maken krijgen. 

Schenk- en erfbelasting: hogere vrijstellingen door indexatie

De tarieven van de schenk- en erfbelasting veranderen niet. Wel worden in 2027 verschillende bedragen geïndexeerd. Zo stijgt de grens van de eerste belastingschijf van € 158.669 naar € 162.795. Ook de vrijstellingen worden verhoogd met de jaarlijkse indexatie. In 2027 is dat 2,6%.

Bedrag dat je erft of geschonken krijgt Partner en kinderen (tariefgroep 1) Kleinkinderen (tariefgroep 1A) Overigen (tariefgroep 2)
Tot € 162.795 10% 18% 30%
Vanaf € 162.795 20% 36% 40%

Verder verandert er nog iets praktisch. Doe je in 2027 een schenking? Dan hoeft de ontvanger niet meer binnen twee maanden aangifte schenkbelasting te doen (uiterlijk 1 maart 2028) maar binnen vier maanden (uiterlijk 1 mei 2028).

Overdrachtsbelasting: lagere heffing voor verhuurwoningen

Voor woningen die de koper niet als hoofdverblijf gaat gebruiken, daalt de overdrachtsbelasting per 1 januari 2027 van 8% naar 7%. Dit geldt bijvoorbeeld voor woningen die worden gekocht voor verhuur. Voor een eigen woning (als hoofdverblijf) blijft het tarief 2%. Voor bedrijfspanden en grond blijft het tarief 10,4%. 

Daarnaast wordt de maximaal toegestane woningwaarde voor de startersvrijstelling verhoogd van € 555.000 naar € 615.000. De startersvrijstelling geldt voor mensen tussen de 18 en 35 jaar die een eigen woning kopen. Ook mag je deze startersvrijstelling niet al eerder hebben gebruikt. 

Wat zijn de vervolgstappen?

De voorstellen moeten nog worden behandeld door de Tweede en Eerste Kamer. Als zij akkoord gaan, dan gaat het Belastingplan 2027 per 1 januari 2027 in. De Tweede Kamer kan de voorstellen nog aanpassen. De stemming van de Tweede Kamer is gepland op 12 november 2026. 

Met name de toekomstige vormgeving van box 3 blijft een belangrijk aandachtspunt voor beleggers. Ook wijzigingen rondom schenken, erven en pensioenopbouw kunnen gevolgen voor je hebben. Wil je weten wat de wijzigingen in het belastingplan voor jou betekenen? Neem dan contact op met je fiscalist.

Disclaimer

Dit artikel bevat alleen algemene informatie en geen persoonlijk advies. Wil je persoonlijk advies, overleg dan met je fiscaal adviseur over de mogelijkheden.

Geschreven naar de stand van zaken op 17 september 2026.

Gerelateerd

216.73.216.86