Een vrouw werkt aan een bureau met een open haard op de achtergrond.

Box 3 in beweging

De Belastingdienst gaat ervan uit dat je rendement maakt op je vermogen in box 3, waar je spaargeld en beleggingen onder vallen. Als je meer hebt dan de heffingsvrije grens, betaal je daar belasting over. Over de berekening van de belasting in box 3 is veel te doen. Evi legt alles voor je uit.

Box 3: hoe zit het ook alweer?

In box 3 betaal je belasting over het rendement op je vermogen. De eerste € 59.357 van je box 3-vermogen is belastingvrij. Dit heet het heffingsvrij vermogen of de heffingsvrije grens. Over het bedrag daarboven berekent de Belastingdienst een fictief rendement. Over dat fictieve rendement betaal je 36% belasting. Dit tarief geldt voor de jaren 2024, 2025 en 2026.

Doe je samen met je fiscaal partner aangifte? Dan is het belastingvrije bedrag € 118.714. Jullie kiezen zelf hoe jullie dit in de aangifte verdelen.

De belangrijkste bezittingen in box 3 zijn:

  • Banktegoeden: zoals het saldo op je betaal- en spaarrekening en contant geld.
  • Beleggingen en andere bezittingen: zoals aandelen, obligaties, beleggingsfondsen, cryptovaluta en een tweede woning of verhuurd vastgoed.
  • Schulden: zoals bepaalde leningen die niet onder de eigenwoningschuld vallen.

Je eigen woning en onderneming vallen niet onder box 3, maar onder box 1. Ook aandelen in je eigen bv tellen niet mee in box 3. Deze worden belast als inkomsten uit je bv in box 2.

Wat verandert er in de box 3 belasting?

Vroeger werd de belasting in box 3 bepaald op basis van een fictief rendement, ook wel forfaitair rendement genoemd. Dit is een percentage dat de overheid bepaalt om het rendement op je vermogen te berekenen. Het fictief rendement werd berekend over je totale vermogen, zonder te kijken naar de verdeling daarvan.

In de praktijk werd dit fictieve rendement vaak niet gehaald. Vooral spaarders betaalden vaak meer belasting dan dat zij rendement maakten. Daarom begonnen zij procedures over de belastingheffing in box 3. In 2021 oordeelde de Hoge Raad dat deze manier van belasten in bepaalde situaties niet door de beugel kan. Daarna zijn tijdelijke overbruggingsregels ingevoerd. In 2024 oordeelde de Hoge Raad dat belastingplichtigen de mogelijkheid moeten krijgen om hun werkelijke rendement aan te tonen als dit lager is dan het rendement waarmee de Belastingdienst rekent. De belasting kan dan worden berekend over het daadwerkelijk behaalde (lagere) rendement. Dit heeft gevolgen voor de box 3-belasting, zowel nu als in de toekomst.

De overgangsregeling

De Hoge Raad zegt dat er een nieuw systeem moet komen dat kijkt naar het werkelijk behaalde rendement. Maar dat is ingewikkeld en kost veel tijd. Daarom is er een overgangsregeling.

Binnen deze regeling kijkt de Belastingdienst naar de verdeling van je vermogen over drie groepen: banktegoeden (zoals betaal- en spaarrekeningen), overige bezittingen en schulden. Voor deze groepen bepaalt de overheid elk jaar aparte fictieve rendementen. Dit moet de belasting beter laten passen bij de werkelijke opbrengst van je vermogen. Maar ook over deze regeling is de Hoge Raad kritisch.

Daarom geldt de Wet tegenbewijsregeling box 3. Hiermee kunnen belastingplichtigen aantonen dat hun werkelijke rendement lager was dan het rendement waarmee de Belastingdienst rekent.

Wat betekent dit voor je belastingaangifte?

  • Is je werkelijke rendement hoger? Dan geldt het fictieve rendement voor de belasting in box 3.
  • Is je werkelijke rendement lager? Dan kun je ervoor kiezen om belasting te betalen over je werkelijke rendement. Je moet dan wel zelf bewijzen dat je werkelijke rendement lager is dan het fictieve rendement.
Jakub Zerdzicki Lnnmsumlwo4 Unsplash

Laatste nieuws over box 3:

Vermogensregie

Box 1, 2 en 3: hoe zit het ook alweer?

Rond Prinsjesdag vliegen termen als box 1, box 2 en box 3 je om de oren en lijkt iedereen precies te weten waar het over gaat, maar wat er nu eigenlijk in welke box valt is voor veel mensen ingewikkeld.

216.73.217.31