Tegenbewijsregeling box 3

In 2024 heeft de Hoge Raad geoordeeld over de belastingheffing in box 3. Het nieuwe box 3-stelsel laat minstens tot 2028 op zich wachten. In de tussentijd geldt de Wet tegenbewijsregeling box 3. Je kunt de tegenbewijsregeling met terugwerkende kracht toepassen vanaf belastingjaar 2017, zolang je belastingaanslag nog niet definitief vaststaat.

Opgaaf werkelijk rendement

Voor de belastingjaren tot en met 2024 kun je via het formulier Opgaaf werkelijk rendement (OWR) van de Belastingdienst jouw werkelijke rendement doorgeven. Als je werkelijke rendement lager is dan het rendement waarmee de Belastingdienst rekent, kun je mogelijk te veel betaalde belasting terugkrijgen. Op het formulier staan al vooringevulde gegevens.

Lees meer over het formulier OWR op de website van de Belastingdienst

Vanaf belastingjaar 2025 geef je jouw werkelijke rendement door via de reguliere aangifte inkomstenbelasting.

Zo werkt de Wet tegenbewijsregeling box 3

Via de Wet tegenbewijsregeling box 3 wordt het werkelijk rendement in een kalenderjaar vastgesteld op basis van drie uitgangspunten:

  1. Het totale vermogen. Er wordt gekeken naar het rendement op het totale box 3-vermogen, dus inclusief banktegoeden en zonder aftrek van het heffingsvrij vermogen. Daarbij telt het rendement dat je gedurende het hele kalenderjaar behaalt. Het maakt dus niet uit wanneer dat rendement ontstaat.
  2. Het nominale rendement, dus zonder correctie voor inflatie.
  3. Gerealiseerde en ongerealiseerde opbrengsten. Naast de directe opbrengsten, zoals ontvangen rente, dividend en huur, kunnen ook indirecte opbrengsten meetellen. Dit houdt in dat je ook rekening moet houden met positieve en negatieve waardeveranderingen van het vermogen. Denk bijvoorbeeld aan vastgoed of beleggingen die in waarde zijn gestegen, maar je nog niet hebt verkocht. Het maakt daarbij niet uit of de winst of het verlies al is gerealiseerd.

Daarnaast mag er geen rekening worden gehouden met reguliere kosten (zoals advies- beheer- of transactiekosten). Een uitzondering hierop is de betaalde rente op box 3-schulden. Deze mag in mindering worden gebracht op het rendement. Verder is er geen verliesverrekening over de jaren heen mogelijk: een positief of negatief rendement uit het ene jaar kan dus niet worden verrekend met een ander kalenderjaar.

Het werkelijk te belasten rendement bestaat uit de optelsom van de directe opbrengsten en de vermogensaanwas, verminderd met de betaalde rente op box 3-schulden. Tot de directe opbrengsten behoren in ieder geval ontvangen rente, huur en dividenduitkeringen. Deze worden in principe meegenomen in het jaar waarin deze opbrengsten zijn ontvangen.

De vermogensaanwas wordt als volgt berekend:

Bezittingen en schulden aan het einde van het jaar
-/- Bezittingen en schulden aan het begin van het jaar
-/- Stortingen
+/+ Onttrekkingen

Is het gebruik van de Wet tegenbewijsregeling box 3 interessant?

Wij verwachten dat het gebruik van de Wet tegenbewijsregeling box 3 in veel gevallen niet interessant is. Dit komt omdat het werkelijk rendement al snel hoger is dan het fictieve rendement. Daarnaast zijn er enkele aspecten van de tegenbewijsregeling die van invloed kunnen zijn op de te betalen belasting:

  • Bij werkelijk rendement mag je geen rekening houden met het heffingsvrij vermogen. Elke euro rendement wordt belast.
  • Ook wordt geen rekening gehouden met gemaakte kosten, met uitzondering van de rente op box 3-schulden.
  • Je moet kijken naar het werkelijk rendement van jouw totale vermogen, en dus niet naar afzonderlijke bezittingen. Een waardedaling van een belegging in een jaar kan dan bijvoorbeeld worden ‘gecompenseerd’ (tenietgedaan) met een waardestijging van vastgoed in dat jaar.

De (on)mogelijkheden van de Wet tegenbewijsregeling box 3 zijn dus afhankelijk van je persoonlijke situatie. Overleg met je fiscaal adviseur over de gevolgen voor jouw situatie.

216.73.217.64